



Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten… Ik kan werkelijk geen andere reden bedenken voor het opleggen van de whereabouts-verplichting aan een 13-jarig meisje. Herman Ram – directeur van de Dopingautoriteit - kan vanuit zijn onderbuik van alles en nog wat beweren, maar hier komt het mijns inziens wel op neer.
Achtergrond
Herman Ram schetst ‘een situatie’ waarin Dominique Lommers, het 13-jarige zusje van de van doping verdachte Wesley Lommers, bloot zou staan aan doping. Denk aan een soort huize Flodder, waarbij de drankfles is vervangen door een spuit met anabolen.
Herman Ram verklaart in de uitzending van EenVandaag van 11 november j.l. dat de verdediging in deze zaak op alle mogelijke manieren probeert een laboratoriumresultaat ‘ter zijde te schuiven’ en dat hij daarom ‘weinig hoop’ had dat de ouders aan dopingcontroles zouden meewerken, vandaar deze zware maatregel voor de 13-jarige.
Ondergetekende, die het laboratoriumresultaat nader heeft bestudeerd, wordt dus simpelweg neergezet als iemand die een anabolengebruiker probeert vrij te pleiten. Niets is minder waar. Op dit moment onderzoekt een onafhankelijk deskundige namens de schaatsbond (KNSB) de deugdelijkheid van de bewering van de verdediging dat er onterecht een ‘positief’ is gegeven voor nandrolon.
Samenvattend:
• Geen speuren naar vormfouten of mazen in de wet, doch
• Enkel wijzen op een twijfelachtig laboratoriumresultaat.
Dit is mijns inziens het goed recht van de verdediging, maar Herman Ram denkt daar anders over.
Zie daar, de onderbuik van Herman Ram.
Wederom op de stoel van de rechter
Herman Ram kan-het-blijkbaar-niet-laten om de rechter te passeren, zoals ik onlangs betoogde.
Op deze plaats wil ik nogmaals benadrukken dat Herman Ram een buitengewoon schadelijke rol heeft gespeeld in de zaak Simon Vroemen, zoals ik bij die gelegenheid reeds heb uitgelegd.
Nu zijn wederom de rechten van een sporter ernstig geschaad door hetgeen wel eens een eenmansactie zou kunnen zijn.
De logica van Herman Ram
Herman Ram blinkt uit in drogredeneringen om ‘zijn beleid’ te verdedigen. Dan nu een treffend voorbeeld aangaande de whereabouts-verplichting:
“Sommige tegenstanders gaan overigens nog een stuk verder, en zijn van mening dat het opleggen van de whereabouts-verplichting een schending van fundamentele rechten van de sporters betekent. Het recht op een ongestoord privéleven, en zelfs het recht op een ongestoorde vakantie worden in stelling gebracht. Het zal duidelijk zijn dat ik van mening ben dat het huidige beleid proportioneel is, en daarmee gerechtvaardigd (anders zou ik er geen uitvoering aan kunnen geven).”
Zie daar (anders zou ik...), de logica van Herman Ram.
Dit is zonder meer een schoolvoorbeeld voor boeken als ‘Ik heb gelijk dat ik gelijk heb’ van bijzonder hoogleraar rechtspsychologie Eric Rassin. Bedenk alstublieft: het gaat hier niet om een alledaags wisjewasje, maar om fundamentele mensenrechten:
“Artikel 16 Privacy
1. Geen enkel kind mag worden onderworpen aan willekeurige of onrechtmatige inmenging in zijn of haar privéleven, in zijn of haar gezinsleven, zijn of haar woning of zijn of haar correspondentie, noch aan enige onrechtmatige aan-tasting van zijn of haar eer en goede naam.
2. Het kind heeft het recht op bescherming door de wet tegen zodanige inmenging of aantasting.”
Zo’n waard, die lak heeft aan zowel de rechterlijke als wetgevende macht, is dus simpelweg nooit te vertrouwen.
Onlangs werd oud-topsporter Paul Ruijsenaars op deze site als leugenaar neergezet. Logisch, toch?
Eerder was Europarlementariër Emine Bozkurt aan de beurt om van stemmingmakerij verdacht te worden. Logisch, toch?
In de huidige affaire worden onder andere een sporter beschadigd en ondergetekende geschoffeerd als behorend tot een ‘entourage’ van dopingverstrekkers. Logisch, toch?
Hoe verder?
Ik stel voor om per direkt de licentie van deze ‘klantonvriendelijke’ waard in te trekken. Waarom? Omdat ik dat normaal vind in een modern, democratisch, westers land. In ons land, Nederland, beschouwen we mannen die 13-jarige meisjes lastig gevallen, als eng.
Klaas Faber is in 1994 aan de Radboud Universiteit te Nijmegen gepromoveerd in de chemometrie. Hij onderhoudt contacten met meer dan tien verschillende universiteiten voor het verder ontwikkelen en toepassen van methoden voor onderzoek. Zie hier meer over Klaas Faber.
NAWOORD van Paul Ruijsenaars
Beste Klaas, je stelt nu de waard als beroepsgroep toch te eenzijdig in een negatief daglicht, hoezeer het spreekwoord je daar alle recht toe geeft. Voor álle beroepsgroepen geldt toch het gezegde ‘waar je mee omgaat word je mee besmet’? De heer Ram zal dat als eerste beamen! Die zienswijze ligt immers aan de hele WADA-opzet ten grondslag: er zijn enkele sporters die doping gebruiken, dus alle andere sporters – die allen met elkaar omgaan – staan onder verdenking daardoor ook besmet te raken. Logisch dat een sportend verdacht broertje zijn sportende zusje zal besmetten, toch?
Het in een kwaad daglicht stellen van sporters moeten we de heer Ram dus niet te persoonlijk aanrekenen. Het is een WADA-fenomeen, ik zal hem hier dus enigszins moeten ontschuldigen. In termen van onze democratische rechtspraak: hij heeft verzachtende omstandigheden.
Maar schuldig is hij wel! Herman Ram zegt voor de televisiecamera dat Dominique Lommers ‘verdacht goed rijdt’. Met het gezag van een schaatstrainer oordeelt hij dat dit zonder doping niet mogelijk is. En zegt vervolgens dat hij ‘het niet op zijn geweten wil hebben’ als later mocht blijken dat zij al op zo jonge leeftijd door haar foute broertje aan de dope is gebracht. Want dat broerlief een boef is staat voor de heer Ram vast.
De heer Ram matigt zich in persoon een oordeel aan over of iemand die goed rijdt voor haar leeftijd ‘verdacht goed’ rijdt. Hij laat zich hierin - evenals zijn voorgangers in de Middeleeuwen - vooral leiden door zijn geweten, waar ik ik deze kolommen eerder over heb geschreven (WADA-fatsoensrakkers, ‘Spirit of Sports’ en spiritualiën!). Hij kent geen scrupules om ook de vader van beide kinderen als te fanatiek af te schilderen. Daarom kan hij, aldoor luisterend naar zijn geweten, niet anders dan de facto het ouderlijke gezag over de sportende kids min of meer overnemen. Als de combi van een goed sportende junior met een gedreven vader op de tribune in aanmerking komt voor ‘te verdacht’ conform het geweten van de heer Ram, dan is Sven Kramer nét op tijd geweest, en moet Koen Verweij oppassen. En dan moeten we met terugwerkende kracht onze bedenkingen hebben over Richard Krajicek en zijn zusje. En hoe zit dat met die zusjes Williams. Toch ook wel verdacht goed. Als meer kinderen in een gezin goed sportief presteren dan is het – wat het geweten van de heer Ram betreft - niet nodig na te gaan of dat te maken heeft met erfelijkheid en genetisch materiaal.
Eigenlijk is onderzoek - laat staan zorgvuldig wetenschappelijk onderzoek - helemaal niet meer nodig. Het grote inzicht van de heer Ram in sportprestatief vermogen plus zijn geweten zijn voldoende om een meisje van dertien jaar als verdacht aan te merken en als zodanig te gaan achtervolgen en te onderwerpen aan whereabouts.
Maar zoals in mijn aanhef gezegd Klaas, we moeten hier niet de fout maken deze houding de heer Ram als persoon aan te rekenen, dan zou je immers moeten gaan denken aan een narcistische persoonlijkheidsproblematiek met grootheidswanen. Het gaat gewoon over zijn beroepsdeformatie, zoals we die ook in andere beroepen zien. En die deformatie van de perceptie heeft in de evolutie de nuttige functie om het betreffende beroep te laten overleven. Dopingjagers hebben er ondanks hun geweten geen probleem mee dat het in stand houden van hun beroep ten koste gaat van foutpositieve uitslagen en het publiekelijk verdacht maken van hele gezinnen.
De heer Ram moet zich voor de burgerrechter verantwoorden over zijn uitlatingen De VVD heeft er Kamervragen over gesteld. Dat hij het aanzien van de dopingautoriteit schade berokkent staat buiten kijf.
De vraag is daarom gerechtvaardigd hoe lang een directeur van de Dopingautoriteit zich zo vergaand en zo persoonlijk in verdachtmakende zin uit mag spreken over een sporter en diens gezin, voordat hij hierover door zijn bestuur ter verantwoording wordt geroepen.
Paul Ruijsenaars was in 2007 mede-initiatiefnemer van het platform 'Stop de dopinginquisitie'. Hij was ook een van de genodigden in de 'Expertmeeting Sport en Doping' die het ministerie van VWS op 3 maart 2009 organiseerde. Zie hier meer over Paul Ruijsenaars.
Vier leden van de medische ethische commissie van de Vereniging voor Sportgeneeskunde hebben gereageerd op dit artikel, zie hier